Ga direct naar navigatie Ga direct naar hoofdcontent
werkenvoornederland.nl

Taken en positie van de Eerste Kamer

Veel landen hebben een parlement dat uit twee kamers bestaat (denk aan het Britse Lagerhuis en Hogerhuis). Ook Nederland heeft sinds 1815 zo'n tweekamerstelsel. Er is een Eerste en een Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft door haar samenstelling en bevoegdheden een eigen plaats en taak in het politieke bestel.

Hoe is de Eerste Kamer ontstaan?

De Eerste Kamer bestaat al sinds 1815. In dat jaar werd zij ingesteld door koning Willem I. In 1815 werden Nederland en België verenigd en vooral de Belgen drongen aan op invoering van een tweekamerstelsel. De Eerste Kamer diende in het begin van haar bestaan als bolwerk rond de Kroon (daarmee worden koning en ministers bedoeld). Zij kon alle voor de koning onwelgevallige wetsvoorstellen alsnog tegenhouden. De leden werden niet gekozen, maar waren vertrouwelingen van de koning, die door hem voor het leven werden benoemd.

Na de afscheiding van België in 1830 bleef de Eerste Kamer gehandhaafd. In 1848 veranderde er echter veel op staatkundig gebied door de invoering van een nieuwe Grondwet. Ook de positie van de Eerste Kamer en de eisen voor verkiesbaarheid wijzigden.

De taak van de Eerste Kamer zou na 1848 geleidelijk meer op het gebied van de bewaking van de kwaliteit van de wetgeving komen te liggen; zij werd, als laatste beoordeelde instantie in de wetgeving, een 'Kamer van heroverweging'.

Wat doet de Eerste Kamer?

Formeel beschouwd kan de Eerste Kamer wetsvoorstellen alleen verwerpen of aannemen. In de praktijk heeft ze echter nog wel wat meer mogelijkheden en zijn debatten van belang. Het debat in de Eerste Kamer maakt namelijk onderdeel uit van de wetsuitleg.