Command & Control
‘Onze software wordt echt gebruikt in het veld, door militairen in gevecht. Zoals onze command & controlsystemen. Daarmee kunnen militairen in het veld met elkaar communiceren, zien wie er in de omgeving zitten, de vijand analyseren en de operatie plannen. Een belangrijk systeem want eenheden van de Landmacht werken verspreid over grote gebieden, soms wel duizenden vierkante kilometers. Samenwerken is dan moeilijk.
Militairen als eindgebruiker
Veel software maken we zelf, in meerdere talen: .NET, C#, Java en C++. Ik kan zelf ook wel programmeren, maar dat moet ik natuurlijk niet gaan doen. Er zijn collega’s die daar veel beter in zijn en die moet ik niet voor de voeten gaan lopen. Als architect ben ik wel dagelijks bij de ontwikkelteams betrokken maar mijn werkdag bestaat ook uit overleg met collega’s van andere onderdelen van Defensie.
Ik moet weten wat er speelt in de organisatie en ervoor zorgen dat onze producten goed landen bij de verschillende onderdelen en passen bij de systemen die andere afdelingen ontwikkelen. Vrijwel alle ontwikkelaars binnen Defensie zijn burgers. Als je als ICT’er bij Defensie wilt werken, dan hoef je geen militair te worden. Maar militairen zijn wel nauw betrokken bij de software-ontwikkeling. Want zij zijn de eindgebruiker.
Robuuste systemen
Voor ICT’ers is Defensie echt razend interessant. Waarom? Het is een brede organisatie. Er werken behalve militairen ook artsen, instrumentenmakers, en allerlei andere specialisten. Ook zijn er een paar hele grote administratieve processen. ICT-systemen zijn daarom gauw complex. Zeker als je die vergelijkt met de systemen van een ander ministerie, een verzekeraar of een bank. En de spullen die je maakt moeten het blijven doen, ook als er niks meer werkt. We kunnen niet afhankelijk zijn van telefonie bijvoorbeeld. Onze systemen moeten dus heel robuust zijn, daarom werken we niet per se met het hipste spul.’