Ga direct naar navigatie Ga direct naar hoofdcontent
werkenvoornederland.nl

‘Ik hoop dat sommigen minder blij zijn met de nationale politie. Namelijk criminelen die nu sneller gepakt worden’

Jacos van Zelst is beleidsmedewerker op het ministerie van Veiligheid en Justitie en nauw betrokken bij de invoering van de nationale politie. Sinds januari 2013 is er bij de politie veel veranderd. De 26 bestaande politiekorpsen zijn samengevoegd tot één nationale politie. Een gigantische operatie die in korte tijd is uitgevoerd.

Politie-logo op gevel
Een agent slaat iemand in de boeien

Eén nationale politie

‘De Rijksoverheid wil met de nationale politie ervoor zorgen dat agenten meer tijd hebben om de straat op te gaan en betere service aan de burger te verlenen. Daarnaast zorgt de invoering van de nationale politie voor een efficiëntere bedrijfsvoering.

Beter en sneller

Nu alle politieagenten onder één nationale korpschef vallen, werkt de politie meer als eenheid. De verschillende onderdelen van de politie werken beter en sneller samen. Er is minder bureaucratie. En aangifte doen, gaat makkelijker. Dat kan nu in elke plaats.

Nederland veiliger

De nationale politie heeft niet alleen effect op de zestigduizend politieagenten. Heel Nederland heeft er profijt van. Want heel Nederland wordt er veiliger door.

Het besluit om tot een nationale politie te komen, is in het voorjaar van 2011 genomen. We moesten ons werk dus onder grote druk en met grote snelheid doen. Je hebt dan geen tijd om met je handen in het haar te gaan zitten.

‘Ministerfluisteraar’

Het was een heel dynamisch proces. Met ontzettend veel belangen. Ik was aanwezig bij de wetsbehandeling in de Eerste en Tweede Kamer waar ik de minister ambtelijk ondersteunde. Zo maakte ik de democratie van binnen mee. Erg mooi.

Nog veel te doen

De nationale politie had bij de start in januari veel media aandacht. De verwachtingen zijn hoog. En terecht. Maar het zal wel even duren voordat we de resultaten gaan zien. Want de realisatiefase loopt tot 2015 en deels tot 2017. Er is voorlopig nog genoeg te doen.’