werkenvoornederland.nl
Logo van de Rijksoverheid
open navigatie icoon

Code rood

Hoe voorkomen we dat Nederland vastloopt

Het verhaal wordt geladen ...

Code rood

Hoe voorkomen we dat Nederland vastloopt.

Hoe blijft Nederland sneeuw de baas? Een unieke blik achter de schermen bij de werkzaamheden van het KNMI en Rijkswaterstaat. Zij zorgen ervoor dat Nederland tijdens heftige sneeuwval niet vastloopt.

Sneeuw.
Prachtig. Het hele land onder een witte deken. Spelende kinderen. En die mooie stilte die er dan buiten heerst.
Maar sneeuw heeft ook een andere kant.
Verkeersinfarcten, uitval van treinen en vliegtuigen, ongelukken, daken die instorten, stroomstoringen en mensen die niet naar hun werk kunnen. De media staan er bol van.

Kortom, sneeuw is een bijzonder fenomeen. De maatschappelijke impact is groot en de schade kan enorm zijn. De afgelopen winters was het opvallend vaak raak. Sneeuw- en gladheidbestrijding staan daarom niet voor niets het hele jaar door hoog op de agenda van een aantal organisaties binnen de Rijksoverheid.

We nemen je mee achter de schermen van het KNMI en van Rijkswaterstaat. We laten je zien hoe deze organisaties zich voorbereiden op sneeuwval. En wat er gebeurt als er echt een zwaar sneeuwfront aankomt. Code rood!

De voorbereiding:

Het hele jaar bezig met sneeuw.

Zout en sneeuwvloot

Bij Rijkswaterstaat laten ze zich niet overvallen door een plotseling heftige sneeuwval. Rijkswaterstaat beschikt landelijk over een eigen sneeuwvloot van 542 auto’s met sneeuwploeg en strooier en 350 auto’s met alleen een sneeuwploeg. Sinds 2014 zijn daar 2 calamiteitenmachines ‘Firestorm’ aan toegevoegd. Zij spuiten onder hoge druk een speciale zoutoplossing die spekgladde ijsplaten laat smelten. Tot slot is de vloot uitgebreid met een filesproeier die vanaf de vluchtstrook 2 rijstroken van pekel kan voorzien. Deze machine sproeit met grote kracht een zoutoplossing op de weg onderdoor voertuigen die in de file staan. Deze vloot moet helemaal op orde zijn op het moment dat het gaat sneeuwen. Daarom test Rijkswaterstaat al in september de hele vloot. Arie Meijwaard, coördinator gladheidbestrijding, doet dit voor de regio Utrecht.

Rini Donker, senior adviseur gladheidcoördinatie, zorgt er met zijn team voor dat de zoutvoorraden in diezelfde maand weer op peil zijn, dat de systemen werken, afspraken gemaakt zijn en de contracten gesloten. De totale voorraad van Rijkswaterstaat is ruim 200.000 ton. Dit zout is afkomstig uit Nederland, Egypte en Chili en wordt verspreid over 5 strategische zoutloodsen en 60 steunpunten door heel Nederland.

Uiteraard heeft Rijkswaterstaat ook altijd nauw contact met het KNMI over de weersverwachtingen op korte en langere termijn.

‘Gladheidbestrijding is niet alleen iets van de winter, daar ben je het hele jaar mee bezig’

Rini Donker

Meten is weten

Ook in de weerkamer van het KNMI in De Bilt laten ze zich zelden verrassen door sneeuw. ‘De computermodellen zijn tegenwoordig zo verfijnd dat we situaties waarin sneeuw kan vallen, al dagen van te voren zien aankomen, aldus Rob Sluijter, klimatoloog bij het KNMI. We gebruiken informatie van het toonaangevende Europese weermodel, maar ook op de KNMI-supercomputer draaien onze eigen hoge resolutiemodellen.

En we meten veel. Dankzij 35 geautomatiseerde weerstations, satellieten en weerradars komen de weergegevens continu zeer nauwkeurig binnen. Daarnaast heeft het KNMI geavanceerde meetapparatuur op een open veld in De Bilt en 325 waarnemers in het hele land die de sneeuwhooogte meten. Bij de eerste sneeuwval gaan deze mensen met een sneeuwliniaal naar buiten. Zo krijgt het KNMI een goed en betrouwbaar beeld van de sneeuwsituatie in Nederland. 24/7 monitoren de meteorologen de weersituatie, de metingen en modellen. Verwachtingen en waarschuwingen worden dan ook constant geactualiseerd en de afnemers geïnformeerd.

Rob: ‘Of neerslag het oppervlak bereikt in de vorm van regen of sneeuw en of die sneeuw blijft liggen, is afhankelijk van een groot aantal factoren die onderling subtiel met elkaar samenhangen. Er is veel expertise nodig om tot een goede inschatting te komen, ieder geval opnieuw echt ‘maatwerk’ van de KNMI-meteorologen.’

‘Bij sneeuw stappen onze 325 vrijwilligers naar buiten en meten met een sneeuwlineaal de dikte van de sneeuw’

Rob Sluijter
Meetapparatuur bij het Koninklijk Meteorologisch Instituut

Van 48 naar 0 uur: code oranje

Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) is in Nederland wettelijk de autoriteit voor het uitgeven van weerwaarschuwingen. Het KNMI geeft een waarschuwing uit wanneer het weer om extra oplettendheid vraagt. In dit geval dus vanwege gladheid door sneeuwval, ijzel, ijsregen of bevriezing. Het KNMI gebruikt internationale kleurcoderingen om het waarschuwingsniveau aan te geven: groen, geel, oranje, rood. Elke kleur heeft zijn eigen criterium. Om zo gericht mogelijk te waarschuwen geeft het KNMI per provincie of regio waarschuwingen uit.

Als het KNMI in de weermodellen ziet dat er hevige sneeuwval op komst is, wordt het echt spannend. 24 Uur voor het verwachte extreme weer kan een code oranje worden afgegeven, maar hoe intensief sneeuwbuien worden of waar ze precies vallen, is vaak lastig te duiden.

Ruim voordat een code oranje wordt afgegeven, worden intern maar ook extern mensen op de hoogte gebracht van de verwachte weersituatie. De weerkamer heeft al in een vroeg stadium contact met de belangrijkste verkeerspartners: ANWB, de Verkeerscentrale van Rijkswaterstaat in Utrecht, de Luchtverkeersleiding Nederland en het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Maar ook zijn er rechtstreekse contacten met weerbureaus en hulpdiensten zoals KLPD en brandweer.

Ondertussen checkt het hoofd van de KNMI-weerkamer - de roosters van de meteorologen: zijn er zieken, zit iedereen op de juiste plek? En hij verdeelt rollen: wie gaat naar Schiphol, wie naar de Verkeerscentrale? Daarnaast brengt hij cruciale KNMI afdelingen op de hoogte dat er kans is op een code oranje. Hij richt een team in met een weerkamermeteoroloog, veiligheidsmeteoroloog, weermodellenspecialist, klimatoloog en communicatieadviseur. Dit team bespreekt of de weersituatie een code oranje rechtvaardigt.

Als er besloten wordt tot een code oranje dan informeert het KNMI zo snel mogelijk via haar website en media het Nederlandse publiek over het op handen zijnde extreme weer. Dat gaat in een rap tempo.

Ook bij Rijkswaterstaat wordt er op dit moment een calamiteitenteam ingericht op de landelijke verkeerscentrale (Verkeerscentrum Nederland). In dit commandocentrum komen op het moment suprême een senior adviseur gladheidcoördinatie, een coördinerend wegverkeersleider, een woordvoerder, een communicatieadviseur, meteoroloog van het KNMI, een verkeerskundige en een operationeel manager bij elkaar. Ze laten zich desnoods van minuut tot minuut informeren. Vanuit het commandocentrum hebben ze uitzicht op de landelijke meldkamer, waar op grote schermen de beelden van alle hoofdwegen in de gaten worden gehouden.

Opschalen naar code rood?

2 Teams, honderden mensen in de startblokken. Voorbereid op wat komen gaat. Bij het KNMI zijn meteorologen, technici en communicatieadviseurs in opperste staat van paraatheid. Kansschattingsformulieren worden weer ingevuld door KNMI-meteorologen maar ook weerbureaus om een compleet beeld te krijgen van de verwachte weersituatie. Zo kan ook objectief teruggekeken worden op de overwegingen die gemaakt zijn. Communicatie houdt ondertussen landelijke en regionale media op de hoogte.

Om er zeker van te zijn dat iedereen er is, slapen medewerkers van het KNMI in noodgevallen in een hotel in de buurt. Voor de weerkamer zijn extra mensen nodig en enkele meteorologen gaan op locatie werken bij Verkeerscentrum Nederland en op Schiphol om direct en toegepast advies te geven voor het weg-en luchtverkeer.

Een Code rood wordt maximaal 12 uur van te voren uitgegeven als er een kans bestaat dat extreem weer een grote impact heeft op de samenleving. Dat gebeurt op basis van een impactanalyse van het WeerImpactTeam waarin diverse overheids- en brancheorganisaties zijn vertegenwoordigd. Dit gaat in nauw overleg met het ministerie van IenM, Nationaal Crisis Centrum, Rijkswaterstaat, Het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum en ProRail om de impact van het weer goed te kunnen inschatten en de gevolgen van een code rood te overzien.

Bij Rijkswaterstaat is de coördinerend wegverkeersleider Verkeercentrum Nederland de linking pin tussen de mannen en vrouwen die de schermen in de gaten houden op de meldkamers en het calamiteitenteam. Zodra het KNMI code rood geeft, moet iedereen aan de bak.

De werkplaats van het calamiteitenteam

3.00 uur Nachtwerk

Het calamiteitenteam van Rijkswaterstaat is bijeengeroepen. Leden moeten vanuit alle delen van Nederland naar Utrecht. Start: 5.30 uur.

Maar er is een groep mensen van Rijkswaterstaat die al veel eerder uit bed is gekomen: de gladheidcoördinatoren. Zo ook Arie Meijwaard, coördinator gladheidbestrijding in de regio Utrecht. Zodra Arie hoort dat er langdurig grote hoeveelheden sneeuw gaan vallen en de kans op problemen op de weg groot is, komt hij in actie. Hij heeft een belangrijke preventieve taak bij hevige sneeuwval. De regionale verkeerscentrale in Utrecht is even het middelpunt van de wereld. En voordat de verkeersdrukte op de Nederlandse wegen losbreekt, besluit Arie alvast een eerste strooironde te doen.

Strategisch schuiven en strooien

Cruciaal is het moment van strooien. Het liefst zo vroeg mogelijk, Maar een beetje verkeer is wel handig, want dan mengt het zout zich met de sneeuw en smelt het sneller. Zoals een voetstap in de sneeuw. Rijkswaterstaat strooit bij voorkeur nat. Met zout verlaag je het vriespunt van water, en door nat te strooien kun je nauwkeuriger en met minder zout gladheid voorkomen of bestrijden. Als er sneeuw valt, gaat Rijkswaterstaat ploegen. Dan gaan de sneeuwschuivers de weg op en verwijderen ze de sneeuw maar blijven ondertussen ook gewoon strooien. Zo voorkomt Rijkswaterstaat dat de nieuwe sneeuw aanvriest of vast gaat zitten. Dit wordt herhaald zolang als het nodig is dus tot de wegen weer schoon zijn.

Arie belt met de aannemers die het materieel en de mensen namens Rijkswaterstaat beheren. Arie: ‘We spreken over 2 soorten acties: preventief en curatief. Preventief is een strooiactie over het hele gebied. We doen dit met 32 vrachtwagens en we verbruiken aan zout dan ongeveer 170 ton. Deze actie duurt 2 uur. Curatief is een actie waarbij het meestal gaat om sneeuwval waarbij geploegd moet worden en daarna ook gestrooid. Voor de ploegacties beschikken we over 100 vrachtauto’s die sneeuw kunnen schuiven. Bij algehele sneeuwval wordt er geploegd volgens vastgestelde routes. In een curatieve actie gaat dan ook beduidend meer tijd inzitten.’

Arie kent de provincie op zijn duimpje en kan daardoor strategisch schuiven en strooien. Bij optredende gladheid worden vaak als eerste de stalen bruggen gestrooid. Deze zijn vaak als eerste glad. Het strooien gebeurt in een aparte bruggenactie. Arie: ‘Het is mogelijk dat er niet overal evenveel sneeuw valt. Door een goede samenwerking met de weginspecteurs buiten en de verkeerscentrale, krijgen we een goed beeld en kunnen we daar inzetten waar de meeste sneeuw valt.’ Rijkswaterstaat heeft 5 regionale verkeercentrales die allemaal dezelfde procedure volgen.

  • Firestorm
  • Firestorm close-up
  • Sneeuwschuivers schuiven de wegen schoon.
  • Een zoutvoorraad wordt aangevuld.
  • Zoutstrooiers van Rijkswaterstaat staan klaar om ingezet te worden.
  • Zoutstrooiers van Rijkswaterstaat staan klaar om ingezet te worden.

Weginspecteurs

Van huis uit kan Arie vervolgens de actie monitoren: ‘Ik heb 2 computerschermen: 1 voor het weer en 1 waarop ik via het eigen systeem van Rijkswaterstaat de conditie van de weg kan volgen. Bijvoorbeeld de temperatuur van het wegdek en de ondergrond, de geleiding, het dauwpunt en de luchtvochtigheid. Een andere belangrijke bron van informatie zijn de weginspecteurs. Bij Rijkswaterstaat werken er 350. Zij zijn vaak als eerste op de weg. Ik bel hen om een nog beter beeld van de wegen te krijgen.’

De strooiwagens

Ook de strooier zelf is voor Arie een bron van informatie. Op de strooiwagen zit een systeem dat het mogelijk maakt om deze via het computerscherm te volgen. Hoe hard rijdt de strooier, hoe breed strooit hij en hoeveel natzout gebruikt hij? De aannemer heeft de opdracht gekregen om de chauffeurs alles in 2 uur te laten doen. Dus van huis naar de loods of een van de 60 steunpunten waar de auto staat, strooier erop monteren, zout uit de loods en rijden maar. De chauffeur neemt voldoende zout mee voor de route die hij moet rijden.

5.15 uur Calamiteitenteam Rijkswaterstaat

We zijn weer terug bij de coördinerend wegverkeersleider Verkeercentrum Nederland. Hij laat zich informeren door Arie en zijn collega’s van de andere centrales. Op dat moment is alles wat afwijkt van het normale interessant. Hoeveel extra mensen zijn er in de meldkamers ingezet, hoeveel extra weginspecteurs en welke maatregelen zijn er tussen 3.00 uur ’s nachts en nu al genomen? Is dat voldoende? Moet er meer zout gestrooid worden? Waar?

Met dit pakket aan informatie gaat de coördinerend wegverkeersleider Verkeercentrum Nederland naar het eerste calamiteitenoverleg.

5.30 uur Wel of geen verkeersalarm?

Waar het KNMI een weeralarm kan uitgeven, is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor het verkeersalarm. Dit wordt afgegeven als de situatie op de wegen gevaarlijk is door bijvoorbeeld gladheid.

Maar volgens Rini Donker, senior adviseur gladheidcoördinatie, is Rijkswaterstaat hier heel voorzichtig mee. ‘We doen dit pas als er sprake is van dreigende ontwrichting op het wegennet, waarbij de doorstroming en veiligheid van de weggebruiker niet meer gewaarborgd is. Harde definities hebben we hier niet voor, het is een afweging op basis van alle informatie uit het land en onze eigen duiding daarvan. Denk aan het moment waarop de sneeuwbui valt, de intensiteit, de duur, de situatie op de weg en de voortgang van de gladheidbestrijding.’

Monitoring van de wegen

De coördinerend wegverkeersleider Verkeercentrum Nederland zit niet alleen in het calamiteitenteam. Hij is wel degene die de informatie geeft op basis waarvan het team besluiten kan nemen die de veiligheid en doorstroming van het verkeer ondersteunen. De afdeling Communicatie zit er altijd bij om de pers op de hoogte te houden van de ernst van de situatie, de maatregelen die genomen zijn, de situatie op de weg en het aantal ongelukken. Communicatie brengt ook een omgevingsbeeld in: welke mediavragen worden er gesteld, aan welke informatie is behoefte etc. Rini ondersteunt vanuit het team de gladheidcoördinatoren bijvoorbeeld met advies in lastige situaties zoals hardnekkige ijsvorming. Hij houdt bovendien de voortgang in de gaten en koppelt deze terug zodat er gestuurd kan worden op basis van de situatie op het gehele rijkswegennet. Bijvoorbeeld welke wegen er extra aandacht nodig hebben. Ook de terugkoppeling richting communicatie is hierbij heel belangrijk. Zo weet de weggebruiker wat hij kan verwachten.

Nederland ontwaakt

6.00 uur. Het is donker en licht in Nederland. De combinatie van zwaailichten van strooiwagens, reflectie van de sneeuw en het vroege uur maken de sfeer spookachtig. De gevoelstemperatuur ligt ver beneden nul. Het verkeer komt op gang. De autoradio geeft voortdurend alarmerende weerberichten af die de weggebruikers waarschuwen waar de eerste files zullen ontstaan.

850 sneeuwploegen

Al deze informatie komt van de coördinerend wegverkeersleider Verkeercentrum Nederland, zijn verkeersleiders, de weginspecteurs en de mensen op de meldkamers. Maar ook van de politie, wegenwacht en van hulpdiensten als de brandweer en de ambulances. Het calamiteitenteam van Rijkswaterstaat komt met korte tussenpozen van een halfuur bijeen om op basis van deze informatie de voortgang te bespreken, acties in gang te zetten en zo nodig bij te sturen. Valt de spits op maandag-, dinsdag- of donderdagochtend dan heeft iedereen pech. Dat zijn de drukste spitsen van de week naast dinsdagavond en donderdagavond. Rijkswaterstaat kan maximaal 850 sneeuwploegen de hoofdwegen opsturen. In de hoop dat ze niet vast komen te zitten in dezelfde files als de gewone weggebruikers. Dan zit er niets anders op dan langzaam door te rijden.

Media

Ook bij het KNMI is het hectisch. Op het moment dat het flink sneeuwt, staan RTL, NOS en SBS op de stoep en geeft het hoofd weerkamer als dat nodig is uitleg over de weersituatie voor de camera. Het KNMI is terughoudend met aanwezigheid op televisie en geeft de voorkeur aan nieuwsmedia. Bij Humberto Tan gaan zitten grappen over de grootte van de sneeuwvlokken, is er niet bij. Vanaf het moment dat het is gaan sneeuwen geven de meetstations van het KNMI elke 12 seconden een waarde. Belangrijke en feitelijke informatie die dan weer vertaald wordt in hapklare brokken voor de pers.

Sneeuw plaatje

Sneeuwvloot terug naar de loodsen

In de loop van de ochtend of pas in de middag neemt de sneeuwval in hevigheid af. Voor de coördinerend wegverkeersleider Verkeercentrum Nederland en zijn collega’s bij de regionale verkeerscentrales neemt dan de druk af om een constante stroom van actuele informatie te leveren. In het calamiteitenteam adviseert hij stabilisering en langzaam afschalen. De sneeuwvloot mag in etappes terug naar de loodsen. De coördinerend wegverkeersleider Verkeercentrum Nederland geeft nog input voor een vooruitblik op basis van de weersverwachting van het KNMI. Vooral Communicatie wil dit weten om de pers te informeren en de burgers voor te lichten. Kunnen ze vanavond weer veilig de weg op of is het verstandiger thuis te blijven?

Sneeuwdekkaartjes van het KNMI

Ook het KNMI blijft de pers en de burgers voeden met informatie. Sneeuwdekkaartjes laten zien hoeveel sneeuw er gevallen is. Ze geven de dikte van het sneeuwdek weer van de afgelopen 48 uur. Rob Sluijter: ‘Om 9 uur de volgende dag, zijn de kaartjes op knmi.nl beschikbaar. Ze zijn bijvoorbeeld ook belangrijk voor het waterbeheer zoals het bepalen van het waterpeil in de polder of waterafvoer van de rivieren. Hoeveel water is er bij dooi te verwachten? Allemaal data die het KNMI vrij beschikbaar stelt.’

Zwarte wegen

15:00 uur

Het is ze weer gelukt: de mannen en vrouwen van het KNMI en van Rijkswaterstaat, de meteorologen, gladheidbestrijders, weginspecteurs, medewerkers van de meldkamers en de weerkamer en bestuurders van de strooiwagens. De wegen zijn zwart. Nederland is berijdbaar en bereikbaar.

Voor de leden van het calamiteitenteam en van het weerteam is de ergste druk nu van de ketel. Maar de afdeling Communicatie blijft 24/7 bereikbaar en ook in de weerkamer gaat het werk 24/7 door. Het weer houdt niet op.

Ook voor Arie zit de dag er nog niet op. Hij moet nog even met de aannemer bellen. Er moeten wat reparaties verricht worden aan het materieel. Gladheidbestrijding is meer dan zout strooien. Arie: ‘Ik ben samen met de aannemers verantwoordelijk voor de vloot in team Oost. Op een paar sneeuwploegen zijn de slijtstrippen aan vervanging toe en bij een strooier is een hydraulische slang stuk. Je kunt niet alles voorkomen en soms moet ik midden in de actie een reparatieploeg de weg op sturen. Ook dat hoort er allemaal bij. Laat moedertje natuur het ons maar lekker lastig maken. Wij zetten alles op alles om de wegen zo snel mogelijk weer schoon en veilig te krijgen.’

Werken voor Nederland

Een mooi verhaal uit de praktijk van de Rijksoverheid. Met dank aan: de coördinerend wegverkeersleider Verkeercentrum Nederland, Rini Donker, het hoofd weerkamer, Rob Sluijter, Arie Meijwaard en vele anderen die niet bij naam genoemd zijn. Zij werken met succes voor Nederland. En niet alleen als er sneeuw is. Enthousiast geworden? Kijk dan ook eens op de rest van onze site voor nog meer praktijkverhalen. Ook vind je daar vacatures of stages bij Rijkswaterstaat en het KNMI of bij een van de andere onderdelen van de Rijksoverheid.

Meer over Werken voor Nederland

x

Rob Sluijter

Klimatoloog bij het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)
Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Studeerde Fysische Geografie in Utrecht. Werkte kort bij het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag en daarna 10 jaar bij het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid. Daar hield hij zich onder andere bezig met de luchtkwaliteit in grote Europese steden. Hij werkt nu 13 jaar bij het KNMI.

‘Werken bij het KNMI is werken met een stevige wetenschappelijke basis!’

Ik heb het idee dat wij een wat stoffig imago hebben, maar ik kan je verzekeren dat het uitdagend werk is wat ik doe. Niets is zo veranderlijk als het weer. Ik houd mij bezig met klimatologieën. Wat is ‘normaal’ in ons land en hoe vaak mag je verwachten dat een bepaald weersverschijnsel voorkomt. Klimaatgegevens die dagelijks binnenkomen van onze weerstations, satellieten en weerradars, bundel ik in allerlei statistische produkten. Op 35 plaatsen hebben we, net zoals hier in De Bilt, een groot open veld met de meest geavanceerde meetapparatuur. Voor onder andere zicht, temperatuur, neerslag, wind, zonneschijn. Ik interpreteer deze data en beschrijf het klimaat van ons land. Deze informatie is onderdeel van weersverwachtingen en klimaatscenario’s.


Regen en sneeuw

Onze 325 vrijwilligers in heel Nederland geven elke dag via een voice response systeem neerslaggegevens door. Namens het KNMI hebben zij neerslagmeters staan. Bij sneeuwval gaan zij letterlijk naar buiten met een sneeuwliniaal en meten de dikte van de sneeuw. Zo krijgen we een goed en betrouwbaar beeld van de neerslag in Nederland. Daarnaast staan er ook nog zo’n 35 geautomatiseerde weerstations verspreid in Nederland die nauwkeurig data doorgeven.


Publiek en wetenschap

De wet openbaarheid bestuur eist dat alles wat wij aan gegevens en data verzamelen zichtbaar en raadpleegbaar is. Commerciële partijen zijn dus snel en goed op de hoogte. Klimaatstatistieken op onze website worden duizenden keren per dag geraadpleegd. We verwerken klimaat- en weergegevens tot duidelijke informatie voor het publiek. Maar ook om wetenschappelijke kennis van het klimaat te verbeteren. Zinnig werk waar BV Nederland iets aan heeft.


‘Ik had op mijn dertiende al een eigen weerstation en was buitengewoon geïnteresseerd in alles wat met het weer te maken heeft. Mijn familie grapt wel eens: “Je mag nu betaald naar buiten kijken”.’

Rob Sluijter

Bosatlas van het klimaat

Dat ik bij het KNMI heb mogen meewerken aan de ‘Bosatlas van het Klimaat’, is eigenlijk –als geograaf- mijn ultieme droom. De atlas kwam in 2011 uit. Gegevens over temperatuur, neerslag, zon, luchtdruk en wind zijn in allerlei grafieken en kaarten weergegeven. Trends worden uitgelegd met speciale aandacht voor de gevolgen van de mens. Klimaatverandering wordt besproken met de cijfers van de vijf hoofdmeetlocaties van het KNMI. Ik ben trots dat ik hieraan heb meegewerkt.’

x

Rini Donker

Senior adviseur gladheidbestrijding
Rijkswaterstaat
Directie verkeersmanagement

Studeerde Civiele Techniek aan de Hogeschool ‘s- Hertogenbosch.
Sleutelt en knutselt graag aan Amerikaanse auto’s en in het bijzonder de Jeep. Maakte recent een ‘off the road trip’ door de Verenigde Staten.

Rini Donker

Rini is bij toeval terecht gekomen bij Rijkswaterstaat na een succesvolle sollicitatie. Hij was eerder teamleider en projectleider en zit nu tot grote tevredenheid ‘in de gladheidbestrijding’.


De kop op de operatie

‘Ik ben op mijn afdeling Operationele Taken Wegverkeer, verantwoordelijk voor het proces van gladheidbestrijding. Dit is een hele wezenlijke taak voor de samenleving. Winterse omstandigheden kunnen een enorme impact hebben op de doorstroming en veiligheid op onze rijkswegen. Bij Rijkswaterstaat hebben we hier de laatste jaren veel meer aandacht voor. Mijn afdeling stelt kaders en richtlijnen op en ondersteunt en stuurt het operationele bestrijdingsproces. Wij vormen de kop op de operatie.'


Hele jaar bezig met gladheid

Op verjaardagen zijn mensen vaak stomverbaasd als ik vertel dat we met een groep mensen het hele jaar door bezig zijn met gladheidbestrijding. Er komt dan ook veel bij kijken en je hebt met veel verschillende partijen van doen. Ook in de voorbereiding en uitvoering zijn er bij Rijkswaterstaat veel mensen mee bezig. Binnen onze organisatie is gladheidbestrijding klein in vergelijking met al die megaprojecten en budgetten, maar de impact is des te groter. Gladheidbestrijding is daarom ook een kerntaak bij Rijkswaterstaat en belangrijk voor het imago. De manier waarop wij de gladheid aanpakken, bepaalt in hoge mate hoe mensen tegen Rijkswaterstaat aankijken.


Zouttekorten

We hebben veel ‘goodwill ‘ gekweekt door de manier waarop we vorige winter de zouttekorten hebben aangepakt. We zijn zelf zout gaan importeren en konden zo de commerciële zoutleveranciers omzeilen. Deze konden niet meer leveren of tegen belachelijke prijzen. Zo hebben we de markt weer stabiel gekregen. Ook hebben we toen veel collega wegbeheerders de winter door geholpen. We zijn nu voordeliger uit en het risico dat we zonder zout komen te zitten is geminimaliseerd.

x

Fons van Loy

Tot september 2014 hoofd weerkamer bij het KNMI
Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Doorliep mavo, havo, vwo. Werkte daarna een jaar bij Fokker Schiphol Oost en vervolgens bij een vestiging van het KNMI op Schiphol Centrum. Dat beviel. Volgde daarom de interne KNMI-opleiding in combinatie met 2 jaar Bodem, Water en Atmosfeer aan de Universiteit Wageningen.

Fons van Loy was tot september 2014 hoofd weerkamer bij het KNMI. De weerkamer wordt permanent bemand door 4 meteorologen en 1 persoon die de techniek bewaakt. In totaal werken er 45 meteorologen in wisselende diensten. Zij horen de avond van tevoren of ze op het KNMI moeten verschijnen of op locatie, bijvoorbeeld Schiphol.

48-uurs verwachtingen

‘Commerciële weerbureaus proberen te scoren in de media. Die komen gelijk met spannende weerverwachtingen als storm en sneeuw naar buiten. Het KNMI heeft geen baat bij vroegtijdig waarschuwen. Pas als er genoeg zekerheid en duidelijkheid is over het verwachte weer, maakt het KNMI een 48-uursverwachting.


Euro’s

In het bedrijfsleven draait het vaak allemaal om de euro’s. Ik vind juist relevantie in mijn werk belangrijk. Ik heb verschillende mogelijkheden gehad om naar het bedrijfsleven over te stappen, maar koos bewust voor de Rijksoverheid. De onvoorspelbaarheid van mijn werk maakt het leuk. Ik heb een dichtgespijkerde agenda maar de dag verloopt altijd anders.


Korte lijntjes

Op strategisch en tactisch niveau vertegenwoordig ik het KNMI. De lijnen met de partners KLM, Rijkswaterstaat, de Scheepvaart en Verkeerscentrum Nederland zijn kort. Partners zijn niet verplicht bij het KNMI ‘het weer af te nemen’. Zij kunnen ook in het buitenland of bij commerciële weerbureaus gegevens halen. Zij blijven kritisch en dat is prima. Kritische afnemers die ook geld in je willen investeren, helpen de kwaliteit te verbeteren en te professionaliseren.


Ongezouten kritiek

Partners geven ongezouten hun kritiek. Stel dat het KNMI aangeeft dat er mist komt, terwijl de lucht helder blijft. Dan hangt KLM aan de lijn, omdat zij vliegtuigen omgeleid of vertraagd hebben binnengehaald terwijl dat niet nodig was. De kosten hiervoor lopen al snel in de tonnen. Je kunt je daarom voorstellen dat het best spannend is als er op Schiphol 3 verkeersleiders in je nek hijgen: wordt het nu 200 of 400 meter zicht?


Supercomputer

De kwaliteit van de weersverwachting hangt voor een deel samen met hoe snel en hoe hard de supercomputer in De Bilt kan rekenen. Toch ben ik ervan overtuigd dat de beleving van de kwaliteit van onze weersverwachting ‘m niet zozeer zit in cijfers en gegevens, maar meer in de vertaling die de meteorologen voor de afnemers weten te maken. De rol verschuift van producent van weersverwachtingen naar adviseur.

x

Edgar van Wilgenburg

Coördinerend wegverkeersleider Verkeercentrum Nederland (VCNL)
Rijkswaterstaat

Na de havo studeerde Edgar 2 jaar aan het Conservatorium in Utrecht.
Daarna besloot hij als vrachtwagenchauffeur de weg op te gaan.

Liefde voor het onverwachte

In het werk van Edgar van Wilgenburg weet je van te voren nooit echt wat je te wachten staat. Het weer en de mens zijn maar tot op zeker hoogte voorspelbaar. ‘Het ene moment is het rustig en het volgende moment kan het in één keer hartstikke druk zijn. Dat moet je wel leuk vinden. Mijn collega’s en ik hebben dan ook één ding gemeen: een bepaald soort liefde voor het onverwachte.’


Intensieve weggebruiker

‘Als vrachtwagenchauffeur was ik ooit een intensieve weggebruiker. Mijn overstap naar de Rijksoverheid was geen bewuste keuze. Ik zocht een plek om mijn ervaringen in een andere functie te kunnen gebruiken. Het operationele verkeersmanagement van Rijkswaterstaat voorzag - en voorziet nog steeds- in die behoefte. In totaal werken we met 22 personen, waarvan 6 vrouwen en in leeftijd variërend van 26 tot 62 jaar. Een specifieke studierichting is voor ons werk niet nodig. En zo heb ik collega’s met een achtergrond als 112-centralist, meteorologisch-assistent(KNMI) en mensen met veel ervaring op de weg.


van A naar Beter

Als coördinerend wegverkeersleider ben ik verantwoordelijk voor de aansturing van de meldkamer van de landelijke Verkeerscentrale. Wij streven ernaar de weggebruiker zo veilig en vlot mogelijk van A naar Beter te laten reizen. Dit doen we samen met de 5 regionale verkeerscentrales. De focus ligt op de snelwegen. Als Rijksoverheid hebben we ook een verantwoordelijkheid voor het hele land. Krijgen we informatie over bijzonderheden op de onderliggende wegen dan nemen we die ook zeker mee. Onze waarnemingen en maatregelen verpakken we in accurate en actuele verkeersinformatieproducten. Deze gebruiken onder andere de ANWB en de Verkeers Informatie Dienst (VID) dan weer om de weggebruiker voor te lichten.


Ochtend- en avondspits

‘Als ik dienst heb ligt het zwaartepunt op de ochtend- en de avondspits. Mijn aandacht gaat dan volledig uit naar de operationele processen op de meldkamer. Ik check de kwaliteit van ons product, houd me zelf op de hoogte van de stand van zaken op de weg en stuur bij waar nodig. En natuurlijk houd ik mij als coördinerend Wegverkeersleider ook bezig met het organiseren van de randvoorwaarden om het proces steeds beter te laten verlopen. Wat mijn werk uniek maakt zijn de leidinggevende en coachende aspecten van mijn baan gecombineerd met ‘zelf met je poten in de klei staan’.

x

Arie Meijwaard

Medewerker Operationele Advisering Gladheidscoördinator / Officier van Dienst
Verkeer- en Watermanagement
Rijkswaterstaat

Studeerde mbo Civiele Techniek. Opgeleid tot machinist wegenbouw asfalt.
Begonnen in de wegenbouw als machinist. Toen daar eind jaren’70 ontslagen vielen, ben ik gaan werken bij Rijkswaterstaat als kantonnier. Later als coördinator met de rol van Officier van Dienst. Heeft ook de rol Coördinator Gladheidbestrijding. Is tevens intern docent voor de tunnels en is vertrouwenspersoon.

Snel handelen in belang van bereikbaarheid

Arie Meijwaard is aan zet als er files ontstaan op de Nederlandse wegen. Hij stuurt de weginspecteur aan op de plaats van het incident om vervolgens de zaak zo snel mogelijk op te lossen. Heeft ook contact met de regionale Verkeerscentrale om omleidingen in te stellen. Dit alles om Nederland optimaal bereikbaar te houden.


Veiligheid en doorstroming

‘Onze afdeling zorgt voor veiligheid en doorstroming op het hoofdwegennet. Ook zijn wij verantwoordelijk voor gladheidbestrijding. Bij sneeuwval proberen we zo snel mogelijk de sneeuw weg te schuiven en te strooien. Met als doel: zoveel mogelijk bereikbaarheid realiseren. Weginspecteurs kijken of dit goed verloopt. Een file geeft economische schade en hoe langer een file staat hoe meer schade we hebben. Veiligheid is ook een belangrijk aandachtspunt bij filevorming.'


Als eerste ter plekke

Bij grote incidenten, zoals bijvoorbeeld kettingbotsingen met een totale wegblokkade, is de Officier van Dienst degene die snel en oplossingsgericht handelt. De politie, brandweer, ambulance en bergers verwachten dat ook van ons. Wij zijn met onze weginspecteurs vaak als eerste ter plekke. Bij gladheid bepaal ik wanneer we gaan strooien. Gladheidbestrijding is echter meer dan alleen zout strooien. Dat maakt het ook zo boeiend.


Officier van Dienst nieuwe functie

Ik ben als één van de eersten door de Politie Academie opgeleid tot Officier van Dienst. Deze rol is nieuw en zo groei je mee met je organisatie. Mijn naaste collega’s zijn onder andere oud -medewerkers van aannemersbedrijven en ex-politieagenten.


Inheemse vogels

Ik ben dit jaar ook opgeleid tot intern docent voor het landelijke tunnelprogramma. Geef les aan operationele collega’s en neem examens af. Op deze wijze borgen we kennis en kunde. In mijn vrije tijd sport ik. Ik voetbal en loop hard. Ook wandelen in de polder of het bos doe ik graag. Even uit de drukte en genieten van de stilte. Ik ken veel inheemse vogelsoorten.’