Transport is cruciaal
‘Als het transport van radioactieve stoffen niet goed loopt, ontstaan problemen. Of het nu gaat om splijtstoffen of geneesmiddelen waaraan radioactieve stoffen zijn toegevoegd. Dan kan een arts een behandeling met radioactieve medicijnen niet uitvoeren, of de controle van laswerk in pijpleidingen valt stil. Dat wil je niet hebben als maatschappij.
Is het transport gerechtvaardigd?
Door een zorgvuldig vergunningenbeleid proberen we een zo veilig mogelijke situatie te creëren. Bedrijven en organisaties krijgen immers alleen een vergunning als ze voldoen aan de wettelijke eisen. In feite doorlopen we steeds dezelfde stappen. Is het vervoer gerechtvaardigd? Wegen de voordelen op tegen de nadelen? Heeft de ontvanger een vergunning om die stoffen te ontvangen? Zijn er alternatieven te bedenken? Daarbij kijken we ook naar technologische ontwikkelingen. Soms komt er een nieuw product op de markt dat beter werkt en geen stralingsbron bevat. Dan kan het zijn dat vervoer van het oude product niet langer gerechtvaardigd is.
Met iedereen om tafel
Collega’s van de ANVS, brancheverenigingen, collega’s van andere ministeries, zoals het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vanwege de bescherming van werknemers of het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vanwege patiëntveiligheid: er gaat geen dag voorbij zonder overleg. Ook zitten we regelmatig aan tafel met de politie als het gaat om de beveiliging van het vervoer van bepaalde radioactieve stoffen. En er is veel internationaal overleg. Veel transporten gaan over de grenzen heen. Dus maken landen goede afspraken om de transportveiligheid te waarborgen. Deze afspraken zijn vastgelegd in internationale vervoersregelgevingen. Een veiligheidscommissie van het IAEA in Wenen zorgt ervoor dat de regelgeving steeds voldoet aan de laatste inzichten in transportveiligheid.
Angst voor straling
Radioactieve straling ligt gevoelig in de maatschappij. Het roept al snel angst op. Je kunt het niet zien en je kunt er bij blootstelling aan een hoge hoeveelheid ziek van worden. Communiceren over straling is daarom essentieel. Je kunt niet blijven steken in techneuten-taal. Die stap kunnen maken, naar de belevingswereld van de burgers, vind ik interessant. Dat doe ik niet alleen, maar met de collega’s van team Communicatie. Ik denk mee vanuit de inhoud. Het gaat dan echt om de vraag: hoe duidelijk en helder leg je het uit?’