Als gerechtsjurist werk je nauw samen met de raadsheren in de diverse fasen van het strafproces in hoger beroep:
- Je bereidt de strafzaken inhoudelijk voor, waarbij onder meer een juridische analyse wordt gemaakt van het tenlastegelegde feit en waarbij aandacht wordt besteed aan de knelpunten van de zaak;
- Ter zitting vervul je de taken van de griffier;
- In het raadkameroverleg wordt de zaak beoordeeld en neem je deel aan het overleg in de raadkamer;
- Na afloop verwoord je het oordeel van het hof in een arrest. Je schrijft daarbij een juridisch inhoudelijk stuk in heldere taal. Je zorgt er ook voor dat het oordeel correct en volledig in het digitale registratiesysteem wordt ingevoerd;
- Indien beroep in cassatie wordt ingesteld, vul je het arrest aan met bewijsmiddelen en stel je een proces-verbaal van de zitting op.
“Als gerechtsjurist word ik in het gehele strafproces betrokken.
Voordat een zaak op zitting komt, bereid ik deze juridisch voor: welk bewijsmateriaal zit er in het dossier (of niet), wat zijn de juridische pijnpunten en wordt er aan de wettelijke formaliteiten voldaan?
Op de zitting zelf, als de zaak behandeld wordt, treed ik op als griffier en notuleer ik wat er gezegd wordt. Zittingen zijn nooit hetzelfde en maken het werk dynamisch, ook omdat er verschillende soorten zittingen zijn. Zo zijn er ‘gewone’ zittingen, maar ook specialistische, zoals mensenhandel- of cybercrimezittingen.
Na de zitting maak ik als gerechtsjurist deel uit van het overleg tussen de raadsheren over de uitspraak, dat de raadkamer wordt genoemd. Het is ontzettend leerzaam om te zien hoe raadsheren tot een uiteindelijk oordeel komen en hoe zij daarin de theorie van het strafrecht op de praktijk toepassen. Na het overleg schrijf ik, op basis van hetgeen overeen is gekomen, het concept van de uitspraak.
Het werk als gerechtsjurist ervaar ik als uitdagend en afwisselend, wat het zo leuk en leerzaam maakt!”